Het alledaagse aan ghosthunten

“Geesten jagen is een duur tijdverdrijf”

Entiteiten opzoeken mag dan een boeiende hobby lijken, hoe gaat het precies in zijn werk? Gewapend met een camera een willekeurig gebouw binnenstappen en hopen dat het er spookt? “Helemaal niet”, zegt Geert Waelkens, hoofdonderzoeker van de Paranormal Society Belgium “We willen vooraf wel niet te veel weten over het huis dat we bezoeken, zo kunnen we neutraal te werk gaan. Maar we nemen hopen apparatuur mee, zodat we mogelijke activiteiten netjes kunnen registreren. We bereiden ons dus zeker goed voor.”

Ghosthunter zijn, is geen goedkoop tijdverdrijf, leert Geert me. Naast de verplaatsingskosten, neemt vooral de prijs van het materiaal grote happen uit het budget. “Een ghostmaster, dat is een apparaat dat de aanwezigheid van entiteiten aangeeft door hun elektromagnetische en statische elektriciteit op te meten, kost algauw tachtig euro. Aan een handycam met nachtzicht ben je vlug drie- à vierhonderd euro kwijt. Dan hebben we ook nog enkele camera’s die we op statieven in een kamer zetten, om via de laptop alles te kunnen volgen wat er zich in die ruimte afspeelt. Die zijn elk zo’n driehonderd euro waard.”  En daar stopt het niet. Het PSB sleurt vaak ook nog spraakrecorders, zaklampen en draagbare temperatuurmeters mee.

Hoe betalen jullie dat materiaal? Delen jullie de prijs?
Geert Waelkens: “Nee, alle apparatuur die we gebruiken, is van mijn vrouw Angélique en mij. Wij hebben het team dan ook opgericht. Als je de kosten begint te delen, dan vergeet altijd wel iemand zijn deel te betalen. Soms brengt een ander lid ook eigen materiaal mee. Een extra camera of geluidsrecorder is altijd handig.”

ELEKTRICITEIT
Zo’n ghostmaster koopt u waarschijnlijk niet even in de winkel?
Waelkens: “Nee, materiaal dat er echt op gericht is geesten te vinden, halen we uit de Verenigde Staten of China. Hoewel ik denk dat er nu ook iemand in Frankrijk zulke apparatuur verkoopt. Dat wordt ontwikkeld door mensen die thuis zijn in de elektronica en  ook wel het een en ander weten over entiteiten.”

“Vroeger gingen we zonder toestemming oude gebouwen  binnen.  Dat was niet erg verantwoord” – Geert Waelkens

Hoe kunt u zeker weten of zo’n apparaat werkt? Voor hetzelfde geld draait het gewoon dol bij de minste storing?
Waelkens: “We testen ze vooraf  uit. Elektriciteitsmeters houden we bijvoorbeeld eerst eens bij stroomkabels om te kijken of ze werken. Entiteiten bestaan deels uit elektrische en magnetische energie, als zo’n meter plots afgaat zonder iets van elektrisch materiaal in de buurt, dan weet je ’t wel.”

CONT(R)ACTEN
Heb je een vergunning nodig om op geesten te ‘jagen’?
Waelkens: “Neen. We vragen gewoon toestemming aan de eigenaars van een gebouw. In onze beginperiode gingen we vaak illegaal ergens binnen, dat was niet echt verantwoord.  Er had maar eens iemand van een gammele trap moeten vallen. We sluiten nu ook altijd een contract af met de bewoners. Daar staat in dat als er schade gemaakt wordt, wij niet voor de kosten opdraaien. Maar we hebben nog nooit iets vernield, hoor.”

Hebben jullie contact met andere Belgische ghosthunters?
Waelkens: “Ja, we wisselen al eens tips uit met het BPI (Belgian Paranormal Investigators). Aan de kust heb je dan ook nog de Ghost Hunters Vlaanderen en in Wallonië het PIB (Paranormal Investigations Belgique). Ik geloof niet dat er meer zijn in ons land. In Nederland heb je er minstens zes, daar staan ze dan ook meer open voor het bovennatuurlijke.”

Advertenties

Op stap met de Belgische ghostbusters

“Angst is een heel slechte raadgever”

Ik heb slechts één vraag voor ik op geestenjacht vertrek met de Belgium Paranormal Society (BPS): kunnen entiteiten je volgen? Ze stellen me meteen gerust, de wezens die zij onderzoeken gaan alleen met je mee als ze daarvoor de toestemming krijgen. Ik moet bekennen dat ik er helemaal niet gerust in ben. Met recht: tijdens de nachtelijke avonturen wens ik meer dan eens dat ik iemand had meegenomen om m’n hand vast te houden.

Vrijdag de dertiende, 19u. Na een kwartiertje te hebben gewacht voor Het Pensionaat in Abele is er nog steeds geen spoor van het BPS te bekennen. Ik besluit binnen een kijkje te nemen. In het cafeetje van het voormalige meisjesinternaat ontmoet ik Annick Clabau en Luc Deprez, de huidige eigenaars. Luc heeft  het  gebouw na zijn pensioen eigenhandig zo goed mogelijk gerestaureerd  en omgetoverd tot een museumpje. “Ik ben er zeker van dat ik hulp heb gekregen van mensen die niet gezien werden, zelfs niet door mij.” Na een tiental minuten komt het ghosthuntingteam van die avond binnen: Geert Waelkens, medium Danny De Schepper en zijn zoon Mathias. Ik ben er vrij gerust in,  ik zie geen reden waarom het hier zou spoken. Tijdens een rondleiding vertellen Annick en Luc ons zo ongeveer alles wat er te weten valt over de geschiedenis van het gebouw. Mijn hoop op een rustige avond smelt als sneeuw voor de zon als Danny vertelt dat hij enkele entiteiten aanvoelt. “Dat kan niet anders”, vindt Annick. “Met alles wat hier gebeurd is.” Het echtpaar zit er niet mee dat ze bovennatuurlijke medebewoners hebben. “Ik heb dat liever, ik ben niet graag alleen”, vertelt Luc. Omdat hij rugproblemen heeft, staat hij elke nacht een keer of drie op. Dan wandelt hij door het gebouw, in de volslagen duisternis. “Onderweg kom ik al eens iemand tegen en maak ik een praatje.” Een dik uur en enkele sterke aanvoelingen van Danny later zit de rondleiding erop. Ik heb het medium ondertussen met vragen bestookt. Wat zijn energieën? Hoe zit het met engelen? Demonen? Vorige levens? Hij antwoordt uitgebreid op al mijn existentiële vraagstukken. In een notendop: we zijn allemaal entiteiten en we zijn er sinds het begin der tijden. Normaal gezien gaan we na een leven over naar een hogere plaats in de kosmos, waar je zelf kiest of je naar een volgend bestaan gaat of niet. Voor je daaraan begint, beslis je wie je ouders zullen zijn, hoe je eruit zal zien, met welke problemen je te maken zult krijgen, alles. Maar sommige entiteiten komen vast te zitten op aarde, vaak omdat ze na hun dood nog onafgehandelde zaken  hebben.

Als ik nu zelfs maar een spiertje voel trekken, loop ik gillend de kamer uit

Spontane kruistekens
De eigenaars bieden ons wat te drinken aan voor we beginnen aan de echte ghosthunt. Mathias en Geert beginnen de nodige apparatuur op te stellen. “Als ik geweten had hoe groot het hier was, had ik meer materiaal meegenomen”,  vertelt  die  laatste. Aan  camera’s,  temperatuurmeters en spraak-recorders nochtans geen gebrek. We beginnen met een sessie op het zolderkamertje in de woonruimte van het koppel. In het donker, dan kunnen  de  teamleden  een  mogelijke  aanwezigheid beter  aanvoelen. De temperatuurmeter geeft meteen aan dat er een entiteit nabij is. Het ding gaat een keer of vier af, maar de geest lijkt niet echt te weten hoe hij/zij de apparatuur moet gebruiken. Het team probeert hem gerust te stellen door  uit te leggen waar de apparaatjes voor dienen en te benadrukken dat we hem geen pijn willen doen. Het lijkt alsof de energie contact wil maken, maar niet echt weet hoe. “Hij komt ook uit een andere tijd, hij snapt waarschijnlijk niets van die technische toestanden.” Uiteindelijk stelt Danny fluisterend voor om de zaklamptest te doen. Twee zaklampjes worden op het bureau gelegd, de teamleden stappen een meter achteruit. En ja hoor, na de onzichtbare aanwezige gevraagd te hebben of hij een lamp wil laten branden, wordt een ervan opengedraaid. Zo’n twintig seconden lang weerschijnt er een licht. “Goed gedaan”, moedigt Danny aan. “Kunnen we afspreken dat dat lampje voor ‘ja’ staat?”. Maar de entiteit reageert niet meer, ondanks de vele vragen die het team op hem/haar afvuurt. Na een minuut of twintig trekken we weer naar de benedenverdieping. Daar besluiten we op te splitsen: ik ga met Geert naar de kapel van de voormalige nonnenschool, Mathias en Danny trekken naar wat ooit de slaapzaal was. In het donkere godshuisje is het erg rustig, hoewel mijn zintuigen op uiterst gevoelig staan. Twee keer gaat de temperatuurmeter even af,  meer gebeurt er niet. “Als je je kenbaar wilt maken, kan je ons een teken geven? Op de muur of de vloer kloppen, ons aanraken, maakt niet uit. Je moet niet bang zijn, we komen hier in alle respect.” Ik moet me inhouden geen kruisteken te slaan. Als ik  nu zelfs maar een spiertje voel trekken, loop ik gillend de kamer uit. Maar er komt geen enkele reactie. “Werkt die meter wel goed?”, vraag ik Geert schuchter. Hij antwoordt dat het dure apparaat hen nog nooit in de steek heeft gelaten. Dan heeft de geest blijkbaar geen zin om contact te maken. We wandelen door de al even donkere traphal weer naar beneden. Een minuut of vijf later voegen een dolenthousiaste Mathias en Danny zich bij ons. “Dat was geflipt!”, loopt Mathias breed lachend de kamer binnen. Voetstappen, schimmen, stemmen, lichten: het tweetal heeft zo te horen de totale paranormal experience beleefd. Ik prijs me gelukkig dat ik in de kapel zat. Tot ik hoor dat we nu alle vier naar de zaal gaan.

“Het kan goed zijn dat de geesten bang zijn van ons” – Danny De Schepper

Gierende zenuwen
In de slaapzaal gebeurt niet veel. Misschien is de aanwezige geest overdonderd door het aantal bezoekers? “Ik zie daar precies een schaduw”, wijst Danny naar het andere einde van de ruimte. Ik zie niks, maar dat kan aan een gebrek aan proberen liggen. Alleen al het idee dat ik elk moment een geestenstem kan horen, laat me bijna al m’n kalmte verliezen. “Daar dat licht! Dat kan niet van buiten komen!”, zegt het medium nu. Hij heeft gelijk, maar het lichtje dat ik zie is vrij zwak. Misschien is het wel inbeelding? Kan dat, met z’n vieren  hetzelfde inbeelden? “Hoorde je dat, die boemboem?”, vraagt Mathias. Bij nader gehoor blijkt het geluid gewoon afkomstig van een luid feestje in het aanpalende huis. Na verschillende bizarre kloppen op het hout van de slaaphokjes leidt Danny ons naar een zijgang waar hij iets denkt te zien. Inderdaad, er schijnt een fel lichtje. Op dat moment besluit ik dat ik hier niet wil blijven tot een onverwacht geluid me door het dak jaagt. Ik zeg dat ik me niet op m’n gemak voel en graag weer naar beneden wil. De ghosthunters begrijpen het wel. “Als je zoiets niet gewend bent, is het inderdaad wel een beetje veel voor een avond.” Luc en Annick komen ook nog even een kijkje nemen. Ze blijven wonderlijk kalm onder het nieuws dat er contact is geweest met geesten.  “Je mag het niet mee naar huis nemen”, raadt Danny me aan voor ik de auto instap. Ik doe mijn best, maar het blijft maar de vraag of ik zal slapen vannacht.

 

Demonen naast je bed

Slaapverlamming: paranormaal of volstrekt normaal?

Slaapverlamming is een slaapstoornis waarbij het lichaam net voor het in slaap vallen of onmiddellijk na het ontwaken volledig verlamd is. Tijdens zo’n  paralyse kunnen hallucinaties optreden. Dat is een korte samenvatting van het angstaanjagende fenomeen, maar er zit meer achter dan je op het eerst zicht zou denken. Tijd om de ziel van de mysterieuze aandoening bloot te leggen.

“Ik slaap altijd op mijn buik”, vertrouwt Lieven Persoons me toe. “Wie op zijn rug slaapt, zou meer kans hebben een aanval van slaapparalyse te krijgen. Daarbij, als je wakker wordt terwijl je op je achterzijde ligt, kan je heel de kamer zien. Op je buik met je gezicht naar de muur hoor je hoogstens nog rare dingen. Die zijn gemakkelijker te negeren.” Persoons heeft een keer of vijf te maken gekregen met de enge verlamming. “Of toch vijf keren die ik me goed herinner, je hebt ook mildere versies waarin geen hallucinaties voorkomen. Eén nacht kan ik me nog heel goed voor de geest halen. Ik kon me plots niet meer bewegen en er leek een licht uit m’n slaapkamerraam te komen. Er verscheen een soort van grijze mannetjes die constant van vorm veranderden. Het waren net ruimtewezens. Een van hen kwam naast mij staan en ik hoorde allerlei vreemde geluiden. Iemand herhaalde ook steeds mijn naam. Erg stresserend, want er was geen enkele manier om uit de situatie te ontsnappen. Opeens veranderde alles in een soort lucide droom. Ik wandelde door mijn huis, deed de voordeur open en voor me stond de Egyptische god Anubis. Ik verlamde weer en begon te schreeuwen. Of toch in mijn hoofd, want m’n mond kon ik niet openen. Zo loopt het altijd bij mij: ik lig verlamd in bed en word opeens naar een plaats getransporteerd waar ik wel kan bewegen.”

“Ik wou gillen, maar  kreeg mijn mond niet open” – Lieven Persoons

Mee met de tijd
Buitenaardse wezens die ’s nachts naast je bed staan, naar een andere plek vervoerd worden; hebben  we  dat  niet  al  eerder  gehoord?  Inderdaad,  veel  van  de  zogenaamde  ‘alien abduction’-verhalen, die vooral in Amerika schijnen voor te komen, kunnen gemakkelijk verklaard worden door slaapverlamming. Ook heel wat uittredingen kunnen toegeschreven worden aan de paralyse. Bij zo’n out-of-body ervaring heb je het gevoel dat je lichaam en geest zich van elkaar scheiden. De oorzaak daarvan zou een tijdelijke fout tussen de hersenactiviteit en de spierspanning zijn. Zelfs de verhalen over de legendarische Incubus zouden aan de nachtelijk ervaring toegeschreven kunnen worden. De Incubus is een demon waarvan verteld werd dat hij op de borst van jonge vrouwen komt zitten om hen te verstikken en te verkrachten. Hij heeft ook een vrouwelijke tegenhangster, de Succubus. Zij voedt zich met de energie en het zaad van haar slachtoffers. Persoons kent die verhalen al lang.  “Ik  heb  er  veel  over  opgezocht.  Als  je zoiets meemaakt, dan wil je weten wat er aan de hand is. Ik denk dat hoe mensen slaapverlamming ervaren, afhangt van de tijd waarin ze leven. Vroeger waren er inderdaad verhalen over demonen die op iemands borst kwamen zitten, toen waren mensen ook echt bang van zulke wezens. Nu is er eerder een angst voor buitenaardse leven, dus hallucineren mensen vaker dat ze ontvoerd worden door aliens.”

Slapen en waken
Persoons denkt dat er ook een verband bestaat tussen slaapverlamming en lucide dromen, dromen waarin je beseft dat je slaapt. “Het is inderdaad een beetje van hetzelfde: droomslaap en hallucinaties lopen in beide gevallen in elkaar over”, zegt Ilse De Volder, kliniekhoofd van het slaapcentrum van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. “Als je al last hebt van slaapverlamming zou ik eigenlijk niet proberen je dromen actief te sturen. Zo kunnen je hersenen moeilijker een onderscheid maken tussen slapen en wakker zijn.” Iets waar Persoons zich volledig in terug kan vinden. “Ik heb inderdaad al een paar keer meegemaakt dat  ik niet meer wist of iets echt gebeurd was of niet”, vertelt hij. “Ooit had ik tijdens een lucide droom een lang gesprek met iemand waar ik nog nooit mee gepraat had. De dag daarop begon ik effectief tegen die man te spreken alsof het echt gebeurd was,  tot hij me onderbrak om te zeggen dat hij me niet kende.”

“Je kan het een keer in je leven hebben, je kan het tien keer hebben, maar elke maand? Dat is uniek” – dokter Ilse De Volder

Het (on)bewuste
Hoeveel mensen precies lijden aan slaapparalyse is niet helemaal duidelijk. Variërend van het onderzoek dat je raadpleegt kan je cijfers van 5 tot 65% terugvinden. Maar De Volder gelooft niet dat veel mensen last hebben van het fenomeen. “Vorig jaar werd er een Amerikaanse studie gepubliceerd waarin beschreven werd dat zo’n 40% van de bevolking ooit te maken krijgt met slaapverlamming. Ik weet niet waar ze die cijfers vandaan halen, maar volgens mij liggen ze te hoog. Vooral personen die echt regelmatig met de verlamming te maken krijgen zijn zeldzaam. Je kan het een keer in je leven hebben, je kan het tien keer hebben, maar slechts enkelingen maken het elke maand mee. Dat is uniek.” Volgens de dokter  hoeft er niet eens een concrete aanleiding voor de griezelige belevenis te zijn. Slaapverlamming zou wel vaker voorkomen bij wietgebruikers, mensen die lijden aan de slaapziekte narcolepsie en personen die op onregelmatige uren slapen. “Er is eigenlijk maar één echte oorzaak”, legt De Volder uit. “Tijdens de droomfase, ook wel de REM-fase genoemd, is er geen enkele spier in ons lichaam die spanning vertoont. We zijn dan eigenlijk verlamd, dat is heel normaal. Het is vooral tegen het einde van onze slaap dat we beginnen dromen en een klein aantal mensen krijgt dan al het bewustzijn terug. Terwijl ons lichaam nog in de droomfase zit, komen onze gedachten weer op gang. Alle hallucinaties die we dan zien, zijn dromen die door het bewuste heen weten te komen.”

Zelfmoordbossen, pesteilanden en spookkastelen

De geestigste plaatsen ter wereld

‘Gespook is gespook’, zou je denken, maar de ene keer lijkt het toch dat tikje enger dan de andere. Wie kickt op koude rillingen, een angstig gevoel of het occasionele spotten van een overledene, kan altijd een bezoekje brengen aan deze merkwaardige locaties.

Het Stanley Hotel
Het Stanley Hotel inspireerde Stephen King tot het schrijven van The Shining. Die gedachte alleen al jaagt gasten de stuipen op het lijf  als  ze  het  gigantische  gebouw  binnenstappen. Feestgeluiden die uit een lege balzaal komen, het gelach van onzichtbare kinderen, meubilair dat te pas en te onpas de lucht doorklieft, een piano die uit zichzelf begint te spelen, … . Het is allemaal dagelijkse kost in het Stanley. Het hotel is dan ook uitgegroeid tot een heuse hotspot voor ghosthunters, maar of het er effectief spookt wordt door sommigen sterk betwijfeld. Heel wat hauntings kunnen perfect worden verklaard door loszittende dakpannen, waterlekken en de op hol geslagen fantasie van bezoekers. Zo beweerde een hotelgast onlangs een griezelige figuur vastgelegd te hebben op een foto van de lobby. Hij meldde ook zich erg vreemd gevoeld te hebben die nacht. Achteraf gezien bleek de zwarte schim op het kiekje gewoon te wijten aan een fout tijdens het nemen van de panoramafoto.

West Virginia State Penitentiary
Meer dan honderd jaar lang werden zware criminelen in deze gevangenis opgesloten, geëxecuteerd en zelfs vermoord. De ideale broedplaats voor bijzonder slechtgehumeurde geesten. Al sinds de jaren ’30, zestig jaar voor het gebouw in ongebruik raakte, worden  er  paranormale  activiteiten gerapporteerd.  Een groot  deel  van  die zogenaamde  hauntings kan worden toegeschreven  aan  de  hoogbejaarde leeftijd  van  het  gebouw,  de   onaangename sfeer die er hangt en de hordes spokenjagers  die koste wat het kost iets bovennatuurlijks willen waarnemen.

De Tower of London
Eeuwenlang vloeide het bloed praktisch non-stop over de kasseien binnenpleinen van de Tower. Onder andere William Wallace, Thomas More, Anne Boleyn en Thomas Cromwell verloren er het leven. In 1941 had de Duitse spion Josef Jakobs de betwijfelbare eer als laatste terechtgesteld te worden binnen de muren van de beruchte toren. Maar de verhalen over geesten die het gebouw teisteren deden al honderden jaren voor de man het loodje erbij neerlegde de ronde. De meest vermaarde geest die de Tower zou bewonen is die van Anne Boleyn, de tweede vrouw van de Engelse koning Henry VIII. De onthoofde koningin zou zich nog steeds laten spotten tijdens wandelingen op het domein. Vooral in de koninklijke Saint Peter ad Vincula-kapel, waar haar lichaam begraven ligt, wordt ze regelmatig gezien. Die zogenaamde sightings neem je best met een korreltje zout, Anne zou naar verluidt op nog vijf andere plaatsen spoken. Met wat (on)geluk kan je in de toren ook oplopen tegen de schimmen van Guy Fawkes, Lady Jane Grey, Henry VI en een gigantische grizzlybeer.

 

Hallucinaties, verbeelding of sluwe trucs?

Bestaan paranormale krachten? 

(inleiding bachelorproef)

Een simpele vraag waar nog niemand een definitief antwoord op kon geven. Aan proberen zal het in elk geval niet liggen, al in de prehistorie was de mens geobsedeerd door het leven na de dood. Maar zelfs na eeuwenlang onderzoek is het bestaan van entiteiten niet bewezen. Nochtans duiken er sinds het begin der tijden verhalen op over contact met geesten. Tegenwoordig verschijnen er te pas en te onpas foto’s en filmpjes die het bestaan van schimmen zouden bewijzen. Veel van die zogenaamde getuigenissen zijn vals of logisch te verklaren, maar enkele blijven volledig onbegrijpelijk.

Rond  het  einde  van  de negentiende  eeuw  hadden wetenschappers er de buik meer dan vol van. Geesten, allemaal goed en wel, maar de algemene kennis nam toe en  zogenaamde paranormale  verschijnselen konden steeds vaker verklaard worden. Was er nota bene wel iets  van  aan?  De parapsychologie,  een  intussen  omstreden  psychologische zijtak, werd in het leven geroepen in een poging voor eens en altijd uit te maken of er leven is na de dood. Om het zo wetenschappelijk  mogelijk  te  houden, proberen parapsychologen hun onderzoeken in laboratoria te voeren, waarbij ze op een groot probleem stuiten: hoe verplaats je onverklaarbare fenomenen naar een labo? Bovendien zijn de behaalde resultaten niet eenduidig. De parapsychologie werd decennia geleden al afgedaan als een pseudowetenschap. Na meer dan honderd jaar onderzoek zijn er nog steeds geen concrete resultaten en de vraag ‘hoe lang blijf je proberen?’ dringt zich op.

De hoofdvraag blijft altijd dezelfde: zijn er krachten aan het werk die ons overstijgen?

Plato en de ghosthunters
En toch. Als geesten niet bestaan, waar blijven die  spookverhalen  dan  vandaan  komen? Onlangs  nog beweerde een team Engelse ghosthunters de schim van de middeleeuwse koningin Isabella van Frankrijk en haar wolf/huisdier op beeld te hebben vastgelegd. Was het een stofje op de lens? Een pareidolie, misschien? Onze hersenen leiden ons al eens om de tuin door niet-bestaande figuren te herkennen  in  beelden  die  we  niet  direct kunnen thuisbrengen. Hoe het ook zij, het grootste deel van zogenaamde ghostsightings is vals of perfect verklaarbaar. Alhoewel … Op mijn uitstapje met de Belgium Paranormal Society zag ik enkele dingen waar ik geen verklaring voor gevonden heb. Is het trouwens niet opvallend dat elke godsdienst het over het eeuwige leven heeft? Al in de steentijd was het de gewoonte stenen op een lijk te leggen. Niet enkel om het te beschermen tegen wilde dieren, ook om te voorkomen  dat  de overledene zou terugkeren. In de vijfde eeuw voor Christus kwam Plato voor het eerst met het idee op de proppen dat de ziel, en niet het lichaam, de kern van de mens was. In Phaedo beschrijft de Griek de sterfdag van Socrates. Hij legt zijn leermeester de volgende woorden in de mond: “Wanneer ik het gif heb gedronken, zal ik niet meer bij u blijven, maar heengaan naar de heerlijkheid der zaligen.” De geest gaat dus verder zonder lichaam. Tegen de derde eeuw voor Christus werd in heel wat ontwikkelde culturen algemeen aangenomen dat de mens meer dan enkel een aards leven heeft. Dat idee hield  lange  tijd  stand,  tot  in  de  achttiende    eeuw de  verlichte  denkers  opdaagden. In een wereld van pure rede, was er geen plaats meer voor paranormaliteit.

Al in de prehistorie werden stenen op lijken gelegd, om te voorkomen dat de dode terug zou keren

De plaatselijke heks
“In Vlaanderen en in het Walenkwartier, dat is in het Vlaamsche, zowel als in het Waalsche gedeelte van ons land, blijft het geloof aan verschijningen, spoken, geesten, duivels, drommels, bommelaars en nikkers bij de veldbewoner levendig. Weinig plekken, dorpen, gehuchten, of zij hebben hunnen plaagduivel, hunnen kwelgeest, hunne tooverheks of hun lokaal spook”, wist de taalkundige Domien Sleeckx halfweg de negentiende eeuw al. Om maar te zeggen: in het landelijke Vlaanderen was het geloof in onaardse dingen altijd al sterk. Tot op de dag van vandaag kan je overal kaartleggers, mediums en andere ‘paranormaal begaafden’ van elke slag en soort vinden. Dat merkte ik algauw toen ik in mijn thuisstad Poperinge even begon rond te vragen: iedereen kent wel iemand met bepaalde krachten. “Er zit denk ik een man bij de brandweer die goed kan pendelen. Soms ga ik langs bij iemand in Vlamertinge om mijn kaarten te laten leggen, ik geef je haar nummer even. Oh, en ik heb gehoord dat die vrouw kan aflezen, vraag eens even na.”  Ja, mijn stuk over mensen met een verondersteld bovennatuurlijk vermogen was zo gepiept. Nochtans loopt Vlaanderen op vlak van onderzoek naar die zogenaamde krachten achter op pakweg Nederland. Het geloof speelt daar een grote rol in. Eeuwenlang gehoorzaamden we aan een Kerk die niets op had met het paranormale en elk onaards verschijnsel zo goed mogelijk in de hand wou houden. Kijk gewoon naar de middeleeuwse heksenverbrandingen: een mens moest nog maar getalenteerd zijn in het bereiden van kruidenmiddeltjes tegen hoofdpijn , of hij/zij werd al op de brandstapel gezet. Nederland daarentegen wrong zich in de zestiende eeuw  los  van  het  katholieke geloof en werd protestants. Het paranormale werd er minder  van  de  hand gewezen. Onze noorderburen staan nu dan ook een stuk verder wat kennis  over  het bovennatuurlijke betreft dan wij. Hoewel je ‘kennis’ altijd met een korreltje zout moet nemen.  Het  stikt  er zowat van  de  parapsychologen,  specialisten  in vorige levens  en dergelijke ‘onderzoekers’.

Hoe zit het nu?
Of je nu woont in een boerengat waar een geit met vijf poten als de duivel in eigen persoon wordt beschouwd of in een op rede steunende hypermoderne maatschappij leeft, de hoofdvraag blijft altijd dezelfde: zijn er krachten aan het werk die ons overstijgen? Ik besloot zelf even op onderzoek te gaan. “Slaapverlamming,  is dat iets demonisch of net doodnormaal?”, was de eerste vraag waar ik me in verdiepte. Daarna trok ik naar verschillende paranormaal begaafden in de hoop enkele doorzichtige trucs te ontdekken. En waar precies kan ik de meest behekste plaatsen ter wereld vinden? Ik trok twee keer op pad met de Belgium Paranormal Society. Off the record sprak ik met een dame die beweert geesten te zien. Heb ik het ultieme antwoord gevonden? Neen. Ieder denkt er het zijne van. De een doet alles wat met geesten te maken heeft af als onzin, de ander ziet overal signalen van de kosmos in. Maar tijdens mijn zoektocht ben ik toch beginnen vermoeden dat er ongekende krachten aan het werk zijn. Of zag ik wat ik dacht te zien?

Pupp Cafe: ook mensen toegelaten

De Ierse hoofdstad Dublin is niet de ideale plaats om als hond door het leven te gaan. Meer dan eens worden de dieren achtergelaten in een park en ook veel faciliteiten zijn niet afgestemd op vergezellende viervoeters. Ella Wallace en haar vriend Paul waren het zelfs zo beu dat ze hun reu Toby steeds thuis moesten laten, dat ze besloten een op honden gericht café te openen. De baasjes hoeven gelukkig niet buiten te wachten.

Pupp is allesbehalve een typisch Ierse pub. De gezellige zaak serveert bier, thee en snacks. Voor mensen is er koffie, thee, cake en lunch voorzien. Hun harige metgezel mogen ze een hip sjaaltje, lekkere hondenbrokken of wat nieuw speelgoed cadeau doen. Het mag gezegd: je vindt er alles wat een hond nodig heeft. Liefde en affectie inbegrepen.

Verzorgd en sociaal
Dat is in elk geval de mening van Denise Dunn. Voor de tweede keer, sinds de zaak een jaar geleden opende, stapt ze het café binnen met haar trouwe kompaan Jessie. Ze vond de zwarte hond meer dan een decennia geleden. Vastgebonden aan een boom. “Volgens de dierenarts was hij destijds iets meer dan een jaar oud. Nu is hij dus ongeveer twaalf en een half, misschien wel ouder. Ik zal er kapot van zijn als Jessie sterft, hij is zelfs de eerste die in mijn testament vermeld staat.” Denise doet er in elk geval alles aan om de bejaarde viervoeter goed verzorgd te houden. Zo meteen heeft hij bijvoorbeeld een afspraak bij de hondenkapper iets verderop. “Oh, hij heeft een drukker sociaal leven dan de meeste mensen. Zo’n knipbeurt duurt wel een uur of twee, maar daarna ziet hij er weer jaren jonger uit.”

In het voetspoor
Op een donderdagmiddag is het vrij rustig in de Pupp, maar tijdens piekmomenten is het dringen om een tafeltje. Dublinse honden en hun tweevoetige kompanen vinden steeds vaker de weg naar het café. “Ik ben er zeker van dat er nog een pak klanten bij zullen komen”, zegt Denise, terwijl Toby bedelt om een stukje van haar frambozencake. “Ik ben een local, ik ben meestal een van de eerste die een leuke nieuwe plaats ontdekt. De rest volgt wel in mijn voetspoor.”

Dienstencentrum Ten Hove

Veel gevloek, maar nog meer gelach

Ten Hove is met zijn 42 jaar het oudste van de tien dienstencentra die Gent telt. Oorspronkelijk bood het centrum enkel steun en activiteiten aan voor gepensioneerden, tegenwoordig zijn ook gehandicapten en werklozen er meer dan welkom. Maar hoe ziet een doorsnee dag in zo’n dienstencentrum er eigenlijk uit? (met dank aan Aaike Geusens. Foto’s: Aaike Geusens)

13h

De zeventigjarige Jo zit een krant te lezen in de cafetaria. Elke donderdagvoormiddag werkt ze op het secretariaat van Ten Hove, haar dienst zit er net een halfuurtje op. “Ik doe hier al ruim tien jaar vrijwilligerswerk. Eigenlijk ben ik hier per toeval terechtgekomen: ik woon in Gent, wist dat het dienstencentrum bestond en mijn handen jeukten om ergens als vrijwilligster aan de slag te gaan. Behalve op donderdag kom ik hier doorgaans niet vaak. Vroeger sprong ik hier regelmatiger binnen, omdat ik Spaanse les volgde. Ik ga wel naar de maandelijkse vergadering en een keer per maand kaart ik hier ook met een vaste groep. Maar dat is alles, ik doe zelfs niet mee aan het  kaarttoernooi deze namiddag.”

13h15

Jeanine, een tachtigjarige dame, is net klaar met haar lunch. Al vijf jaar lang is ze vaste klant in de cafetaria. “Sinds mijn schouderbreuk slaag ik er niet meer in om zelf te koken,” legt ze uit terwijl ze de tafel afruimt, “en sindsdien eet ik elke middag hier.” Vervolgens vist ze een zwarte portemonnee uit haar tas, zoekt zorgvuldig de juiste munten, telt ze nog eens na en sloft op haar sandalen naar de bar. Daar ruilt ze de afwas tegen een dampende, gitzwarte koffie. Op die manier sluit ze haar dagelijkse middagritueel af.

Tegenover haar aan tafel zit de zestigjarige Erna. Zij is een van de nieuwe vrijwilligers. Pas begin dit jaar vond ze de weg naar het dienstencentrum. Na het verlies van haar man, bracht de zoektocht naar meer sociaal contact haar bij Ten Hove. “Ik spring regelmatig binnen en steek graag een handje toe. Tijdens de zomer verzorg ik bijvoorbeeld met liefde alle bloemen rondom het gebouw”.

DSC_0094

Binnentuin Ten Hove

13h30

De dansles van zestigers Janda en Mieke is net afgelopen. Ze praten wat bij met een glas cava voor de neus.
Janda: “Vijf jaar geleden is mijn partner overleden en ben ik hier verzeild geraakt. Ik wou meer buitenkomen, was op zoek naar  sociaal contact. Ik dans al van kindsbeen af erg graag, dus ben ik hier les beginnen volgen. Intussen volg ik bijna alle danslessen die hier aangeboden worden: van linedance en salondans tot zumba. Maar dat is nog niet alles: ik volg ook Engels en werk soms op eigen houtje met keramiek.”

Mieke: “Ik ben hier toevallig terechtgekomen. Heel mijn leven werkte ik fulltime in een bibliotheek en had ik nergens tijd voor. Nu doe ik gewoon de dingen die ik graag doe, zoals dansen. Ik ben ook voor elke danscursus hier ingeschreven.” Mieke werpt een snelle blik op haar horloge. “Eigenlijk moest ik nu al op mijn wekelijkse petanquewedstrijd zijn in dienstencentrum De Vlaschaard. Ik ben een van de betere spelers, dus ik sta mezelf toe om te laat te komen.”

Maar Janda en Mieke hebben een een stevig punt van  kritiek: “In september hoorden we dat mensen die minder pensioen krijgen zo’n 20% minder moeten betalen in dienstencentra. We zijn het daar absoluut niet mee eens: het is te kortzichtig om op basis van pensioen te beslissen of iemand al dan niet kansarm is. Zelfstandigen krijgen bijvoorbeeld maandelijks een minder groot bedrag, maar misschien hebben die net een kast van een villa verkocht en kunnen ze nog jaren teren op de opbrengst. Als het echt kansarme mensen zou aantrekken, dan zouden we er helemaal geen probleem mee hebben. Maar nu mist het compleet zijn doel: alleen mensen die er misbruik van willen of kunnen maken komen er nu op af. Voor kansarmen is de drempel om hier binnen te komen vaak nog te hoog.  Maar waar moeten we gaan klagen? Als je op pensioen bent, dan doen mensen net alsof je van niets meer weet. We worden letterlijk monddood gemaakt en al onze ideeën worden afgewezen. Op die manier gaat er heel veel levenswijsheid verloren. En dat is verdomd spijtig.”

13h45

Het enthousiaste gebabbel dat uit de petanquezaal weerklinkt, trekt al snel onze aandacht. De energieke dames Christiane, Bertha en Jenny maken zich klaar voor de les zijdeschilderen, die om twee uur start. Normaal gezien bestaat de groep uit vijf vrouwen, maar twee zijn niet komen opdagen. “Ik ben hier zo’n beetje de leidster van de groep,” vertelt Christane, die hier al tien jaar zijdeschilderen volgt. “Vroeger hadden we een leraar, maar die is gestopt omdat soms niemand kwam opdagen. Ik kan dat ergens wel begrijpen, maar het is en blijft een hobby. Je kan nu eenmaal niemand verplichten te komen.”                                          

Ze toont ons hoe je aan zijdeschilderen begint. Eerst en vooral maak je een potloodtekening op het doek. Met een speciale lijm, duid je de potloodlijnen nog eens aan. Op die manier kan de verf later niet uitlopen. Vervolgens begin je het geheel deel per deel in te kleuren. “Het is een echt monnikenwerk,” benadrukt Bertha. “Ik ben ondertussen al meer dan een jaar aan mijn eigen sjaal bezig. Geduld is altijd al een schone deugd geweest en des te meer bij deze hobby”.

DSC_0099

Bertha en Jenny bij een van hun werken

14h15

Jeanine is een dame van bijna zeventig die op donderdagnamiddagen achter de balie staat. Zij neemt met plezier de rol van gids op zich: ze leidt ons rond en stelt ons onderweg voor aan haar kennissen binnen het centrum.  “Ik heb hier al  bijna alle lessen uitgetest. Van keramiek, Frans en Spaans tot een cursus over hoe je je financiën moet bijhouden. Nu besteed ik mijn tijd eerder aan spirituele hobby’s: ik volg yoga en sacrale dans, om mijn lichaam en ziel te verenigen.”
14h45

In het huis van de overleden Gentse zangeres Hélène Maréchal organiseert het dienstencentrum de lessen tiffany of glasbewerking. In het rumoerige lokaal legt leraar Fernand vol passie uit hoe een glasraam gemaakt moet worden. “Ik ben al 25 jaar bezig met glasbewerking. Thuis heb ik een eigen atelier waar ik nog regelmatig bezig ben en ik heb mijn werk ook al enkele keren tentoongesteld. Maar ik ben hier eigenlijk heel toevallig leraar geworden. Ik heb lang salsalessen gevolgd in het centrum, na zeven jaar zat ik in de hoogste categorie. In die groep waren we slechts met twee. Toen de les verzet werd naar een andere dag die mij niet paste, ben ik hier eens een kijkje komen nemen. Van het een kwam al snel het ander. Het is wel een dure hobby. Elke leerling moet de materialen die hij gebruikt steeds zelf betalen. En die zijn allesbehalve goedkoop. Ja, je moet er echt door gepassioneerd zijn.”

DSC_0112

Leerlingen aan het werk in het glasbewerkingsatelier

DSC_0105
Hoe wordt zo’n glasraam eigenlijk gemaakt?Dat moeten we leraar Fernand geen twee keer vragen. Hij loopt naar de kast en grabbelt een stappenplan uit de lade. Alles begint met een tekening, die in verschillende vormen wordt geknipt. Vervolgens moet je op zoek naar de juiste kleur. Fernand trekt snel een andere kast open en laat ons trots zijn ruim aanbod aan gekleurd glas zien. Eenmaal gekozen, snij je de vormen van je tekening uit in glas. Elk stukje wordt gedetailleerd met diamant geslepen. “Het is belangrijk om de zijdes van elk stukje met een bronzen lint af te werken, we noemen dat de folie. Dat lint is trouwens iets breder dan het glas, zo kan het overgeplooid worden en blijft het kleven. Dat levert een mooi resultaat op,” tipt hij. Op die manier werk je geduldig verder tot alle figuren klaar zijn. Op het einde van zijn uitleg horen we een tafel verder een glasplaat breken. “Dat is een geluid waar we allemaal schrik voor hebben,” lacht Fernand.
15h15

Op donderdagnamiddag gaat in het schildersatelier van Ten Hove de les ‘Technieken’ door. Er zijn maar weinig aanwezigen: Jannick, Marcel en Bob. Leraar Bob gaf vroeger les over verschillende schildertechnieken: van potloodtekenen tot waterverven. Hoewel hij door een aanslepende ziekte nauwelijks nog kan spreken, zit hij toch achter een tekentafeltje met een aanwezigheidslijst in de hand.  Jannick kijkt niet een keer op van haar aquarelschilderij, terwijl Marcel het woord voert. “Vroeger waren we met vijftien, maar zoals je ziet schiet daar bijna niemand van over. De anderen bleven meer en meer thuis naarmate ze ouder werden. Er komen ook geen jongere leerlingen bij, omdat er nu een brede waaier aan andere cursussen aangeboden worden. Maar ik doe het na achttien jaar nog steeds even graag.”

DSC_0130

Marcel toont trots zijn potloodtekeningen

15h45

De les keramiek gaat door in een bijgebouw van Ten Hove, omdat het oorspronkelijke lokaal te bouwvallig is. Leraar Michel vertelt over de verschillende soorten klei en de technieken die je erop kan toepassen. Maar hij moet toegeven dat er iemand in de ruimte is die er nog beter mee overweg kan dan hij. “Ik heb een leerling, als ik hem zo kan noemen, hij is 85 jaar  en heeft jarenlang op de kunstacademie les gevolgd. Ik ben er nog maar tien jaar mee bezig, daarvoor had ik zelfs nog nooit met klei gewerkt. Maar al doende leert men, zoals dat zo eigenlijk altijd gaat. Ik tekende vroeger wel al. Daarnaast  turnde ik ook regelmatig, op die manier ben ik eigenlijk in het dienstencentrum terecht gekomen. Om wat in beweging te blijven ging ik mee op dansles met een dame die ik goed kende. Ik zag dat er hier ook lessen keramiek aangeboden werden, en zo ging de bal algauw aan het rollen.”

DSC_0131

Een rek vol werkjes van leerlingen en lesmateriaal